Paplepelwerk.
Niet het schrijven maar het tuinieren. Toen in mijn jeugd mijn
vader stierf hielp ik mijn moeder met het onderhouden van onze
grote tuin. Al op mijn vijftiende stond vast dat ik naar de tuinbouwschool
zou gaan. Huis te Lande, een tuinbouwschool voor meisjes, die
pretendeerde jonge vrouwen wat extra's mee te geven als ze zich
in het huwelijk dreigden te gaan vervelen. Daarna ging ik naar
de Hogere tuinbouwschool in Gent, België, waar ik netheid,
eenzaamheid en mijn eerste grote liefde leerde kennen.
In
1984 begon ik mijn eigen tuinbedrijf. In een oude besteleend gewapend
met hark en spade, liep ik langs de deuren met de leus: 'Uw
tuin? zit u ermee of zit u er graag.' Lang heb ik dat niet
hoeven doen, de dag dat ik me inschreef bij de Kamer van Koophandel
ontmoette ik Tanneke, zij werd mijn nieuwe werkpartner. We begonnen
in Utrecht Tuinatelier
en de volgende zestien jaar dompelden we onszelf onder in het
werk. We ontwierpen tuinen voor anderen met veel plezier.
In
1995 begon ik voorzichtig met schrijven en ik kreeg een tuincolumn
in het Utrechts Nieuwsblad. In dat jaar ontmoette ik ook mijn
laatste grote liefde, Raúl, waardoor de blik op de toekomst
veranderde.
In
2000 verkasten we naar Andalusië, in een bergdorp tegen de
zuidhelling van de Sierra Nevada vonden we in een authenthiek
dorp een oud en majesteitelijk huis. We noemden het Viña
y Rosales en begonnen een Bed & Breakfast. De verbouwing
van het huis en de aanleg van de grote tuin werd een nieuwe uitdaging.
Zodra het stof, door onze ommezwaai opgewaaid, was neergedwarreld
en zich ging verzamelen in de hoeken van ons bestaan, vond ik
tijd om te schrijven. En dat doe ik nog steeds, met overgave.
Steeds meer en steeds beter.