Deceived with kindness van Angelica Garnett is een auto-biografisch verhaal over haar jeugd als dochter van Vanessa Bell en Duncan Grant, de twee beroemde schilders en leden van the Bloomsbury group aan het begin van de vorige eeuw in Engeland.
Tot haar achttiende wist Angelica niet beter dan dat dat Clive Bell haar vader was, Vanessa was immers met hem getrouwd en hij was de vader van haar zoons Julian en Quentin.
De vrijheid van opvatting die de ouders hadden over relaties en seks, ook met seksegenoten, heeft niet altijd bijgedragen tot de openhartigheid van het uiten van gevoelens. Behalve dat iedereen op de hoogte was dat Duncan Grant Angelica's vader was, heeft Vanessa Angelica kennelijk willen beschermen, en daarmee onherstelbare schade aangericht.
Toen Vanessa haar dochter de waarheid vertelde, kwam de vader-dochter relatie die Angelica meende te hebben met Clive onder grote druk te staan, net als de vriendschappelijke relatie met Duncan, die opeens haar vader bleek te zijn.
Psychologisch vind ik dit een zeer boeiend gegeven, temeer omdat Angelica trouwde met de veel oudere Bunny Garnett, een intieme vriend van haar ouders en ex-lover van Duncan.
In hem zocht ze een vaderfiguur, helaas mislukte dit huwelijk en beiden, Angelica en Bunny, werden diepongelukkig, hoewel ze met hem vier dochters kreeg.
Angelica heeft zeven jaar over dit auto-biografisch schrijven gedaan, de psychologische ontleding van haar moeder, haar tante, Virginia Woolf en andere beroemde figuren uit die tijd zijn scherp en feilloos, ze heeft haar jeugd kunnen verwerken en afstand kunnen nemen van haar bijzondere moeder om gelukkiger te worden.
Marja Pruis Atoomgeheimen
Carice van Luijn lijkt een succesvol zakenvrouw in de lingeriewereld. Alleen hoe groot is haar succes als ze wordt achtervolgd door schuldgevoelens en angst en niet meer in staat is zichzelf te relativeren.
Tijdens de vakantie met haar gezin op een Caribisch eiland wordt Carice achtervolgd door herinneringen aan haar activistisch verleden in de jaren tachtig in Amsterdam, kraakrellen en de kroning van koningin Beatrix, omdat ze haar oude vriendin en medeactiviste Josje, als paaldanseres op het eiland werkzaam meent te herkennen. Dat brengt Carice terug naar die tijd in Amsterdam. Mij ook. Dankzij deze zeer herkenbare en hilarische beschrijvingen met personages in scènes, die het boek dragen.
Het paranoïde en zenuwachtige gedrag van Carice op het vakantie-eiland wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van 'de Mexicaan,' een loslopende gevaarlijke gek, en zodra ze weet dat Josje op het eiland is, twijfelt ze er niet aan dat 'de Mexicaan' August is, een (Duitse) vriend van Josje en mede activist. Hem heeft ze indertijd aangegeven bij de politie en ze weet zekere dat hij haar wil wreken.
De eilandstukken vind ik weliswaar goed geschreven, luchtig en komisch, maar ook wat nietszeggend.
De haarexploitatie waar Carice als zakenvrouw mee te maken heeft (en de onontbeerlijk verslavende relatie met Pavan, een vage Indiër) is schokkend om te lezen, maar nodig voor de extra laag.
De memen theorie van Hofstadter waar vakantiebuurman Aldert-Jan mee op de proppen komt vind ik er wat bijgehaald om Carices dood uiteindelijk een extra dimensie te geven. Dat einde vind ik tegelijk boeiend en zwak.
Het wachten is op het moment dat Carice August tegenkomt. Dat gebeurt in een grot en ze laat zich ongeloofwaardig makkelijk, zelfs dom, door hem in palmen. Terwijl ze nooit rijdt, wil hij dat ze met zijn hondje Ulrike, die een halsbandje met explosieven om heeft, naar het grote spelpaleis Pleasure Dome rijdt. Daar moet ze het hondje uit de auto laten, die zal het gebouw binnenlopen en op zoek naar Josje gaan, die zich net opmaakt voor een paaldans-sesie. Carice besluit in tegenstelling tot Augusts opdracht, eerst zelf naar Josje op zoek te gaan. De beide oude vriendinnen voeren een verhelderend gesprek, waaruit blijkt hoe verkeerd Caice alles interpreteerde, en vooral zichzelf anders zag dan de anderen haar zagen.
Uiteindelijk rijdt Carice met hondje Ulrike + halsbandje nog om, terug en explodeert.
Een te makkelijk einde, zelfs een beetje afgeraffeld, vind ik.
Maar toch, in een ruk en met plezier dir boek uitgelezen, het is spannend en bijzonder goed geschreven, maar helaas, een tussendoortje.
Erwin Mortier, Godenslaap en mijn gemengde gevoelens.
Voorop gesteld dat ik het een heel knap boek vind, werkelijk prachtige zinnen en vergelijkingen waar ik soms echt even het verticale boek in mijn hand voor in mijn schoot liet zakken, om de beelden op mijn netvlies te proeven en door te slikken. Dergelijk schrijven stimuleert mijn eigen manier van schrijven, het mogen creëren van zinnen die soms wat buiten het boekje gaan, al ligt het gevaar van mooischrijverij om de hoek, maar mag dat niet soms? Ik vind trouwens dat Mortier zich soms ook wel schuldig maakt aan mooischrijverij.
Bijvoorbeeld op
p.52. Soms vraag ik me af of al mijn herinneringen nog wel hun naam verdienen, of ze door hun scherpte en onmiddellijkheid niet eerder fantoompijnen van de ziel zijn- zoals een geamputeerde kramp kan hebben in de tenen van zijn allang afgezette voet of wie doof geworden is veeleer door loepzuivere melodieën uit zijn kindertijd bezocht wordt, dan dat hij ze daadwerkelijk oproept. De wereld krimpt, onvermijdelijk. Van de weeromstuit lijken de echokamers van het geheugen uit te zetten en zich als levende cellen te delen. De geest blijft rusteloos.
Sorry, maar hier kan ik geen garen van spinnen, vind ik oeverloos gezwam.
Het verhaal, een oude vrouw die bedlegerig is en terugdenkt aan haar jeugd ten tijde van de eerste wereldoorlog; haar uitermate benauwende relatie met haar moeder; de ontmoeting met haar echtgenoot, een Engelse fotograaf, en pas op het laatst de bijna pathetische relatie met haar eigen dochter, heeft niet zoveel om het lijf. Natuurlijk, hij beschrijft de schokkende beelden van soldaten in de loopgraven, de bombardementen op Ieper en andere dorpen en de dood van het meisje Amélie Bonnard, uitgebreid en hoogst gedetailleerd, maar zo gedetailleerd, en dat vind ik wel heel jammer van dit boek, dat ik er als lezer buiten blijf staan. De beelden worden zo tot in de details beschreven en prachtig dus, maar het ontroert niet.
De dialogen, die Hélène met monsieur Herbert, haar toekomstige man voert, gaan voornamelijk in het Engels, dat heeft iets oppervlakkigs en geeft de man een luchtig tintje, maakt hem in mijn ogen niet een round character. Waarom Hélène, de ik, zo gek op hem is, zo tot op het laatst van hem houdt, blijft onduidelijk, behalve haar lichamelijke aantrekkingskracht op hem. Overigens prachtige scène als ze vrijen in een beschoten huis, tijdens een bombardement dat in de verte plaatsvindt, en een hele ris schilderijlijstjes omratelt.
Er is een zin van ongeveer 170 woorden, die een halve bladzijde beslaat, (ik heb de woorden geteld) en inderdaad prachtig, ik zou niet weten waar er een punt had moeten gezet. Ook de zin die de Tzumprijs won, vind ik in zijn context gezien, schitterend. (zonder de context kon ik er niet zo veel mee), maar er zijn nog wel mooiere zinnen.
De werkwoordsvorm van het woord stollen, gestolde tijd, gestolde herinnering, etc, komt mij teveel voor, echt minstens tien keer. Het woord stollen zal ik zelf nooit meer gebruiken op die manier. (behalve dan de kerststol :wink: )
En ook het: [moeder] gaf teken vond ik iets te vaak gebruikt.
Al met al een must read. En weet dat je een literair boek in handen houdt.