Een blik op de boeken die ik ondermeer heb gelezen in 2010, bijgewerkt op 25 juli.
Herman Hesse - Siddharta
Herman Hesse is een van de betere schrijvers van de vorige eeuw. Dat durf ik gerust te zeggen en
Siddharta is een fraai meesterwerkje.
De zoon van een Brahmaan zoekt naar waarheid, de lessen van Bhoedda vindt hij echter onvoldoende, hij wil verder. Hij leeft als een monnik, maar mist het echte leven, hij wordt een rijke handelsman, is de minnaar van een mooie courtisane, en wordt vader. Hij probeert het leven uit, maar vindt uiteindelijk hetgeen hij zoekt, noem het heelheid, in de stem van de rivier en de eenvoud van de schipper van een veerpont. Prachtig!
Roos Boum - Valse salie + Du vin,du pain en du... pindakaas
Roos Boum is net als Micha Meinderts een schrijfcollega die ik ontmoet op schrijffora online. Daar hoorde ik voor het eerst over haar auto-biografische roman Valse salie. Roos was in haar jeugd slachtoffer van het syndroom Münchhausen by proxy. Haar moeder praatte haar ziek om zelf aandacht te krijgen. In korte hoofdstukken, met titels van plantennamen, die een metafoor verbergen voor het gedrag van de hoofdpersoon laat ze aanvankelijk de moeder en zichzelf afwisselend aan het woord. Een verrassende keuze. De schrijfster heeft zich volledig in het hoofd van haar moeder verplaatst en geeft zo de behoorlijk schokkende gedachten weer van een verknipte vrouw. Hoe verknipt die is wordt steeds duidelijker naarmate het boek vordert. Soms behoorlijk aangrijpend en schokkend. Moeilijk om te begrijpen wat sommige mensen hun omgeving aandoen. Dat de vader bijvoorbeeld niet ingreep. En Roos zelf, die tot haar veertigste haar moeder de ruimte gaf haar te overheersen en te vernederen. Alles is te wijten aan een slim spelletje van liegen en draaien dat de moeder speelde. Het is moeilijk empathie voor haar op te brengen, toch oordeelt Roos niet, dat laat ze aan de lezer over.
Dankzij haar grote liefde, Erik, die ze Staart noemt, escaleert de relatie met haar ouders en bevrijdt ze zichzelf van die knellende band.
In het vervolg, ...pindakaas, gaat Roos met Erik naar Frankrijk. Ze vinden de plek van hun dromen en gaan 'groen' leven met veel dieren en de lokale bevolking om hen heen. Dat levert veel vermakelijke scènes op. Vaak treffend en geestig beschreven met oog voor detail. Roos' stijl is ongepolijst en echt. Ze is volledig zichzelf. Door haar boeken leer je een leuk mens kennen, waar het gezellig koffiedrinken mee zal zijn.
Haar beschadigde jeugd heeft ze van zich af weten te zetten door te schrijven en daarmee heeft ze een zeer belangrijk gezicht gegeven aan de gedragsstoornis Mbp, die misschien wel veel vaker voorkomt dan we denken.
Het knappe van dit boek en de reden waarom je er meteen ingetrokken wordt is het persoonlijke verhaal van de schrijfster en haar zoektocht naar haar voorouders. Je kijkt bij wijze van spreke over haar schouder mee in de archieven en met haar ogen wandel je door het Drentse land op weg naar Veenhuizen. Het besef van haar achtergrond is een hard gelach. Al haar voorouders leefden in diepe armoede in Veenhuizen en later in Amsterdam, haar grootvader en overgrootvader waren notoire dronkaards, die hun grote gezinnen mee de diepte introkken, pas na de tweede oorlog kwam daar na drie generaties verandering in. Naast dat persoonlijke verhaal geeft Suzanna Jansen een uitermate interessant verslag van de geschiedenis van een inrichting als Veenhuizen en twee eeuwen armoede bewustzijn in Nederland. Ze heeft veel en nauwgezet onderzoek gedaan en ze doet een boekje open over een tijd waar niet veel mensen trots op zijn, ongetwijfeld zijn er veel mensen die dergelijke verhalen van hun grootouders herkennen. Een belangrijk boek.
Raymond Carver - What we talk about when we talk about love
Dank zij Schrijven Magazine werd ik me bewust van de Amerikaanse schrijver Carver. Hij schreef vooral korte verhalen, die meestal spelen in het Midden westen van Amerika en die een desolate sfeer oproepen. In een uitgebeend Engels weet hij mannen en vrouwen neer te zetten die stuk voor stuk ten onder gaan aan drank en eenzaamheid. De korte dialoogzinnen laten niets te raden over van het onvermogen van mensen om te communiceren. Een eye-opener, maar je wordt er ook treurig van. Dit wordt dus alom gewaardeerd als heel goed schrijven, maar wat een triestheid.
Wanda Reisel - Plattegrond van een jeugd
Een verhalenbundel die werd opgehangen aan Wanda's ouderlijk huis aan de van Eeghenstraat in Amsterdam. Wanda was een jongensachtig kind en terwijl ze in gedachten van ruimte naar ruimte door het huis wandelt, verhaalt ze over haar herinneringen. Leuk gegegeven en goed geschreven ook. Naarmate we verder het boek in komen naar de tweede en derde etage wordt de hoofdpersoon iemand anders, een rijke jongen die jong zijn ouders verloor en postbode werd, bijvoorbeeld.
Deze steeds surrealistischer wordende verhalen, sommigen werden eerder gepubliceerd, bleven boeien en gaven het boek een verrassende wending. Waar was Wanda gebleven? Werden het haar droomfiguren
en alterego's die ze beschreef?
Micha Meinderts - Dubbel leven
Na 'Cadans' is nu ook deel 2, 'Dubbel leven' in de Arthur Hartman trilogie uit. Beide boeken las ik als proeflezer, maar 'Dubbel leven' herlas ik in 48 uur van kaft tot kaft.
Zo'n soort boek is het, je wilt graag verder lezen.
In hoofdstuk 1 van 'Cadans' ontdekt Arthur op zijn veertiende dat hij jongens leuker vindt dan meisjes. Wat volgt is een ontdekkingsreis van een jongen op zoek naar zijn homosexualiteit. Eerst moet hij zichzelf accepteren voordat hij uit de kast kan komen. Hij gaat naar de politieacademie om maar vooral niet als mietje aangezien te worden. Tegengehouden door het rechtse, bekrompen milieu van zijn ouders en zijn collega-agenten komt hij in 'Cadans' niet uit de kast en ook in 'Dubbel leven' nog niet.
Het is boeiender om over de volwassenere Arthur tussen zijn 20ste en 26ste in 'Dubbel leven' te lezen dan de tiener Arthur in deel 1, die nog erg zoekende was, al past dat helemaal in zijn ontwikkeling. Het lijkt of Micha in deel 2 pas de juiste stem aan Arthur weet te geven. In 'Dubbel leven' wordt knap beschreven hoe Arthur omgaat met zijn gevoelens, het verlies van zijn beste vriend Koen en de ziekte van Arend, nee geen aids. Al speelt het verhaal zich tegen de achtergrond van de jaren '80 van de vorige eeuw af en komt de angst voor de 'homo'ziekte goed aan bod, zonder op de voorgrond te treden.
Als mens wordt Arthur beter, steeds menselijker, invoelender. Dat is mooi om te zien en maakt het verhaal geloofwaardig. Arthur is een gewone, gevoelige jongen waar heel veel soortgenoten zich in zullen herkennen. Dat is goed, nuttig ook.
Waar 'Cadans' een opstapje was, is 'Dubbel leven' een aantal treden hoger geklommen. Met deel 3 verwacht ik bovenaan de trap te staan.
J.G. Ballard - The kindness of women
Van de drie boeken die ik de afgelopen weken uitlas, vond ik het autobiografische ‘The Kindness of women’ van J.G. Ballard verreweg het beste. Dit boek is het vervolg op ‘Empire of the sun’, dat verfilmd werd door Steven Spielberg en gaat over de jonge Jim, die in WOII het jappenkamp in Shanghai overleefde.
Getekend door zijn heftige jeugd, probeert de oudere Jim zijn leven in na-oorlogs Engeland op te bouwen. Hij studeert medicijnen in Cambridge, wordt vlieger in Canada en uiteindelijk schrijver.
Ballard is een kroniekschrijver over het leven van de tweede helft van de vorige eeuw. In ‘The Kindness of women’ redden de vrouwen hem. Peggy zijn jeugdvriendin, die ook in het kamp zat. Zijn grote liefde Miriam, de moeder van zijn drie kinderen, maar die veel te jong stierf door een onnodige val. Sally, dope-verslaafde hippie en uiteindelijk Cleo.
Het verhaal wordt in min of meer losstaande hoofdstukken persoonlijk en betrokken verteld. De lezer is ooggetuige van een kwetsbare man die zijn zwaktes laat zien, ons deelgenoot maakt van zijn LSD-ervaringen, zijn diepe vriendschappen en erotische scenes open en onomwonden beschrijft.
De herkomst van de ideeën voor zijn volgende boeken, o.a ‘Crash’ (verfilmd door David Cronenberg) en ‘The atrocity exhibition’ worden in dit boek geboren en staan ook op mijn leeslijst.
Renate Dorrestein - De leesclub
De leesclub was een tussendoortje, waarbij vooral de humor in het verhaal je laat doorlezen. Dit boek is wars van schrijfconventies, zegt de schrijfster zelf. Er zit geen plot in, er is geen dialoog, in de eerste zin wordt al onthuld wat er gebeurt, en het staat bol van de cliché's. Verfrissend leesvoer zonder dat het hoeft te beklijven.
Paolo Giordano - De eenzaamheid van de priemgetallen
Dat een verhaal niet echt beklijfd geldt ook voor dit boek. Knap voor zo'n jonge schrijver, mooi geschreven ook. Goed ingevoeld. Twee jonge mensen die allebei door heftige gebeurtenissen in hun jeugd, (het meisje door een skival die haar levenslang mank maakt, de jongen laat zijn geestelijk gehandicapte zusje achter in het park), niet in staat zijn contact te maken, hoewel ze voor elkaar bestemd zouden kunnen zijn. Beide kinderen hebben ouders die ook de nodige betrokken warmte niet konden geven en zo ontstaat een wat kitscherig verhaal over onvermogen en gemiste kansen. Het leest als een intercity, en er worden prachtige metaforen gebruikt en toch mist er iets waar ik niet goed de vinger op kan leggen.
Jean-Dominque Bauby – The diving-bell and the butterfly
In december 1995 kreeg, Jean-Dominique Bauby, de Franse uitgever van Elle Magazine een hersenbloeding die hem volledig verlamde, behalve zijn linker oog kon hij niets meer bewegen. Na een paar weken in coma gelegen te hebben, ontwaakte hij, opgesloten in zijn eigen lichaam. Echter, zijn herinnering- en denkvermogen waren volledig in tact. Dankij een slimme spraaktherapeut kon hij communiceren met zijn oog. Een keer knipogen was ja, twee keer nee.
Met hulp van een door de uitgever gestuurde redactrice, Claude, schreef hij dit ontroerende en aangrijpende relaas letter voor letter met humor en zelfspot.
Voor het het locked-in-syndroom richtte hij de associatie Alis op, die bekendheid geeft aan deze ziekte.
Vlak voor zijn dood in 1997 werd zijn boek gepubliceerd. Door de kunstenaar Julian Schnabel werd het verhaal verfilmd, het kreeg een prijs in 2007 tijdens het filmfestival in Cannes.
Beide, boek en film zijn absolute eye-openers, en dat bedoel ik niet cynisch.
Tessa de Loo - Harlekino
Ik las juist een vernietigende kritiek op dit boek van Janet Luis in het NRC. Het is niet dat ik het helemaal oneens met haar ben, ik vraag me ook af waarom dit boek geschreven is, maar ik vind haar kritiek wel wat straf. Ja, het boek is te dik, zinnen zijn soms te gedragen en formeel voor een jongen van 21 jaar, de reis door Marokko is veel te uitgebreid, net als de beschrijvingen over het denkbeeldige koninkrijk Saidië-Hassanië. Toch boeide de reis door Marokko me en interesseerde het thema me. De ontheemdheid van mensen die opgroeien zonder wezenlijke betrokkenheid van hun ouders.
De titel Harlekino, met als ondertitel: het boek van de twijfel, slaat op de gefantaseerde nar die een rol in het denkbeeldige koninkrijk heeft dat Saïd en Hassan in hun jeugd ontwierpen. Harlekino duikt steeds vaker op in Saids hoofd en is de metafoor voot zijn eeuwige twijfel.
Heel in het kort: Eenentwintig jarige Saïd heeft een Nederlandse moeder en gaat met zijn vriend Hassan in Marokko op zoek naar zijn geïdealiseerde Marokkaanse vader. Saïd wordt islamiet in al zijn ontgoocheling en twijfel. Uiteindelijk vindt hij zijn vader in Amsterdam, wie dat is komt niet geheel onverwacht. En misschien is dat de hoofdreden van zijn laatste fatale wanhoopsdaad.
Toch was de ontwikkeling van Saïd niet heel prominent, vanaf het begin had hij iets fatalistisch, waardoor ik hem niet sympathiek vond, al moesten we hem dat wel vinden. Ik miste humor. Van begin tot het eind bleef hij verongelijkt en daarom kon het me eigenlijk niet veel schelen wat er met hem gebeurde. Het zat erin. Ook zijn vriend Hassan bleef te vlak. Al was hij als tweede generatie Marokkaan geen cliché, hij werd journalist, relativeerde de Islam en blijkt homosexueel te zijn.
Pas op het laatst krijgen we een enigszins reëel beeld van Saïds moeder, die in het hele boek een soort karikatuur is van een naief egocentrisch blondje die het houdt met een keur aan wisselende spirituele lovers.
Harlekino is een boeiend verhaal, hoewel het een derde korter had gemogen.
Angelica Garnett - Deceived with kindness
Deceived with kindness van Angelica Garnett is een auto-biografisch verhaal over haar jeugd als dochter van Vanessa Bell en Duncan Grant, de twee beroemde schilders en leden van the Bloomsbury group aan het begin van de vorige eeuw in Engeland.
Tot haar achttiende wist Angelica niet beter dan dat dat Clive Bell haar vader was, Vanessa was immers met hem getrouwd en hij was de vader van haar zoons Julian en Quentin.
De vrijheid van opvatting die de ouders hadden over relaties en seks, ook met seksegenoten, heeft niet altijd bijgedragen tot de openhartigheid van het uiten van gevoelens. Behalve dat iedereen op de hoogte was dat Duncan Grant Angelica's vader was, heeft Vanessa Angelica kennelijk willen beschermen, en daarmee onherstelbare schade aangericht.
Toen Vanessa haar dochter de waarheid vertelde, kwam de vader-dochter relatie die Angelica meende te hebben met Clive onder grote druk te staan, net als de vriendschappelijke relatie met Duncan, die opeens haar vader bleek te zijn.
Psychologisch vind ik dit een zeer boeiend gegeven, temeer omdat Angelica trouwde met de veel oudere Bunny Garnett, een intieme vriend van haar ouders en ex-lover van Duncan.
In hem zocht ze een vaderfiguur, helaas mislukte dit huwelijk en beiden, Angelica en Bunny, werden diepongelukkig, hoewel ze met hem vier dochters kreeg.
Angelica heeft zeven jaar over dit auto-biografisch schrijven gedaan, de psychologische ontleding van haar moeder, haar tante, Virginia Woolf en andere beroemde figuren uit die tijd zijn scherp en feilloos, ze heeft haar jeugd kunnen verwerken en afstand kunnen nemen van haar bijzondere moeder om gelukkiger te worden.
Marja Pruis - Atoomgeheimen
Carice van Luijn lijkt een succesvol zakenvrouw in de lingeriewereld. Alleen hoe groot is haar succes als ze wordt achtervolgd door schuldgevoelens en angst en niet meer in staat is zichzelf te relativeren.
Tijdens de vakantie met haar gezin op een Caribisch eiland wordt Carice achtervolgd door herinneringen aan haar activistisch verleden in de jaren tachtig in Amsterdam, kraakrellen en de kroning van koningin Beatrix, omdat ze haar oude vriendin en medeactiviste Josje, als paaldanseres op het eiland werkzaam meent te herkennen. Dat brengt Carice terug naar die tijd in Amsterdam. Mij ook. Dankzij deze zeer herkenbare en hilarische beschrijvingen met personages in scènes, die het boek dragen.
Het paranoïde en zenuwachtige gedrag van Carice op het vakantie-eiland wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van 'de Mexicaan,' een loslopende gevaarlijke gek, en zodra ze weet dat Josje op het eiland is, twijfelt ze er niet aan dat 'de Mexicaan' August is, een (Duitse) vriend van Josje en mede activist. Hem heeft ze indertijd aangegeven bij de politie en ze weet zekere dat hij haar wil wreken.
De eilandstukken vind ik weliswaar goed geschreven, luchtig en komisch, maar ook wat nietszeggend.
De haarexploitatie waar Carice als zakenvrouw mee te maken heeft (en de onontbeerlijk verslavende relatie met Pavan, een vage Indiër) is schokkend om te lezen, maar nodig voor de extra laag.
De memen theorie van Hofstadter waar vakantiebuurman Aldert-Jan mee op de proppen komt vind ik er wat bijgehaald om Carices dood uiteindelijk een extra dimensie te geven. Dat einde vind ik tegelijk boeiend en zwak.
Het wachten is op het moment dat Carice August tegenkomt. Dat gebeurt in een grot en ze laat zich ongeloofwaardig makkelijk, zelfs dom, door hem in palmen. Terwijl ze nooit rijdt, wil hij dat ze met zijn hondje Ulrike, die een halsbandje met explosieven om heeft, naar het grote spelpaleis Pleasure Dome rijdt. Daar moet ze het hondje uit de auto laten, die zal het gebouw binnenlopen en op zoek naar Josje gaan, die zich net opmaakt voor een paaldans-sesie. Carice besluit in tegenstelling tot Augusts opdracht, eerst zelf naar Josje op zoek te gaan. De beide oude vriendinnen voeren een verhelderend gesprek, waaruit blijkt hoe verkeerd Caice alles interpreteerde, en vooral zichzelf anders zag dan de anderen haar zagen.
Uiteindelijk rijdt Carice met hondje Ulrike + halsbandje nog om, terug en explodeert.
Een te makkelijk einde, zelfs een beetje afgeraffeld, vind ik.
Maar toch, in een ruk en met plezier dit boek uitgelezen, het is spannend en bijzonder goed geschreven, maar helaas, een tussendoortje.
Erwin Mortier - Godenslaap
Voorop gesteld dat ik het een heel knap boek vind, werkelijk prachtige zinnen en vergelijkingen waar ik soms echt even het verticale boek in mijn hand voor in mijn schoot liet zakken, om de beelden op mijn netvlies te proeven en door te slikken. Dergelijk schrijven stimuleert mijn eigen manier van schrijven, het mogen creëren van zinnen die soms wat buiten het boekje gaan, al ligt het gevaar van mooischrijverij om de hoek, maar mag dat niet soms? Ik vind trouwens dat Mortier zich soms ook wel schuldig maakt aan mooischrijverij.
Bijvoorbeeld op
p.52. Soms vraag ik me af of al mijn herinneringen nog wel hun naam verdienen, of ze door hun scherpte en onmiddellijkheid niet eerder fantoompijnen van de ziel zijn- zoals een geamputeerde kramp kan hebben in de tenen van zijn allang afgezette voet of wie doof geworden is veeleer door loepzuivere melodieën uit zijn kindertijd bezocht wordt, dan dat hij ze daadwerkelijk oproept. De wereld krimpt, onvermijdelijk. Van de weeromstuit lijken de echokamers van het geheugen uit te zetten en zich als levende cellen te delen. De geest blijft rusteloos.
Sorry, maar hier kan ik geen garen van spinnen, vind ik oeverloos gezwam.
Het verhaal, een oude vrouw die bedlegerig is en terugdenkt aan haar jeugd ten tijde van de eerste wereldoorlog; haar uitermate benauwende relatie met haar moeder; de ontmoeting met haar echtgenoot, een Engelse fotograaf, en pas op het laatst de bijna pathetische relatie met haar eigen dochter, heeft niet zoveel om het lijf. Natuurlijk, hij beschrijft de schokkende beelden van soldaten in de loopgraven, de bombardementen op Ieper en andere dorpen en de dood van het meisje Amélie Bonnard, uitgebreid en hoogst gedetailleerd, maar zo gedetailleerd, en dat vind ik wel heel jammer van dit boek, dat ik er als lezer buiten blijf staan. De beelden worden zo tot in de details beschreven en prachtig dus, maar het ontroert niet.
De dialogen, die Hélène met monsieur Herbert, haar toekomstige man voert, gaan voornamelijk in het Engels, dat heeft iets oppervlakkigs en geeft de man een luchtig tintje, maakt hem in mijn ogen niet een round character. Waarom Hélène, de ik, zo gek op hem is, zo tot op het laatst van hem houdt, blijft onduidelijk, behalve haar lichamelijke aantrekkingskracht op hem. Overigens prachtige scène als ze vrijen in een beschoten huis, tijdens een bombardement dat in de verte plaatsvindt, en een hele ris schilderijlijstjes omratelt.
Er is een zin van ongeveer 170 woorden, die een halve bladzijde beslaat, (ik heb de woorden geteld) en inderdaad prachtig, ik zou niet weten waar er een punt had moeten gezet. Ook de zin die de Tzumprijs won, vind ik in zijn context gezien, schitterend. (zonder de context kon ik er niet zo veel mee), maar er zijn nog wel mooiere zinnen.
De werkwoordsvorm van het woord stollen, gestolde tijd, gestolde herinnering, etc, komt mij teveel voor, echt minstens tien keer. Het woord stollen zal ik zelf nooit meer gebruiken op die manier. (behalve dan de kerststol :wink: )
En ook het: [moeder] gaf teken vond ik iets te vaak gebruikt.
Wel een must read. En weet dat je een literair boek in handen houdt.