Luchtwortels: Na het lezen van een interview met een
uitgever die graag 'leunstoel' tuinboeken wilde uitgeven begon
het bij me te borrelen. Het was 2003, in ons guest house in zuid
Spanje gadden we een ouder echtpaar te gast, dat hilarische verhalen
vertelde over hun woongroep in Zeeland en ik kwam op een idee.
De arena van mijn boek is een landgoed in Breukelen met elf zonderlinge
bewoners, die voor de tuin een tuinman (vrouw) in dienst nemen.
In 2004 begon ik te schrijven, één hoofdstuk per
dag, 's nachts bedacht ik hoe het de volgende dag verder zou gaan.
Het was net een breiwerk. Onbekommerd veranderde ik van perspectief
en maakte me schuldig aan tal van beginnersfouten. Ik liet een
paar exemplaren printen en aan wat mensen lezen. Commentaar? nauwelijks.
Eén iemand zei: 'Begin met een moord.' Mijn oom gaf me
een half kladblok met aantekeningen en de opmerking dat ik er
nog lang niet was. Ik heb de hele boel drie jaar in een la geschoven
en ben andere dingen gaan schrijven. Op een dag trok ik het lijvig
boekwerk tevoorschijn en ben gaan lezen. Inderdaad ja, met schaamrood
op de kaken. Maar op de een of andere manier vond ik de zin en
de moed om te gaan herschrijven, het idee stond me nog steeds
aan. Als een terriër heb ik me in het verhaal gebeten, schema's
gemaakt, hele hoofdstukken geschrapt, ingedikt en diepgang aangebracht.
Ik heb verschillende perspectieven en tijden uitgeprobeerd; einde,
begin en midden doorelkaar gehusseld en weer terug. Uiteindelijk
speelt het verhaal zich chronologisch in het jaar 2000 af. In
de verleden tijd, en de derde persoon enkelvoud. Trouwens zonder
mijn proeflezers, die me aanspoorden en toejuichten en van veel
heel nuttig commentaar voorzagen had ik het niet gered.
Flaptekst Voor
tuinliefhebbers die houden van een spannend verhaal.
"Daar
hing ze dan vlak naast die rare, houtige gedrochten van wortels
alsof ze één van hen was en ze kon niet anders dan
te denken aan pa's bizarre fantasieën.
'Het zijn net kinderen, die met vergroeide ruggetjes op het droge
trachten te klauteren.' Hij had gelijk gehad. Er waren kinderen,
mensen, vlakbij deze plek, in de ijskelder gestorven en daar verdroogd
tot mummies. Zij hadden nooit de kans gekregen aan hun eigen dood
te ontsnappen. Roos wel. Nu ze wist waar ze was voelde ze pa's
nabijheid opeens heel sterk. Hier, op deze plek had ze immers
ruim vierentwintig jaar geleden zijn as uitgestrooid. Tussen de
luchtwortels van de moerascipres, hun gezamenlijke lievelingsboom."
In
Roos Bloemendaals'jeugd was haar vader tuinman op het landgoed
Vaart en Vecht nabij Breukelen. Als haar vader op haar dertiende
sterft, denkt ze dat hij vermoord werd door de baron. Bijna vijfentwintig
jaar later, anno 2000, heeft een projectontwikkelaar zes moderne
appartementen gebouwd in het vervallen grote huis, het koetshuis
en de voormalige tuinmanswoning. Roos komt in dienst als tuinman
van de nieuwe bewoners.
Obsessief gaat ze aan de slag in de verwaarloosde tuin, die weer
moet worden zoals vroeger. Van de 'Vaart en Vechters' krijgt Roos
maar weinig hulp. Zij zijn vooral met hun eigen leven bezig en
bij iedereen lijkt wel een steekje los te zitten. Na het blootgraven
van een oude ijskelder doet Roos enkele huiveringwekkende ontdekkingen
en weet ze uiteindelijk te reconstrueren wat er in het verleden
gebeurd is.
De
Zucht van de Moor: Dit
verhaal schreef ik tijdens de SchrijfMarathon in februari 2008,
een initiatief van de website-forum Zinniger
Zinnen.
Synopsis: Hans
en zijn vriendin Helen zijn op vakantie in Andalusië. Als
ze op een avond verdwalen ontmoeten ze een ex-bankrover en zijn
twintig jaar oudere Engelse vrouw. Hans en Helen brengen de nacht
door in hun ruïne en Hans rookt met de man, Angèl,
een joint. Dan komt Angèl met een drug op de proppen die
iemand ruim 500 jaar terug in de tijd zou kunnen brengen. Psychisch,
want het lichaam blijft achter in het heden. Hans is niet afkerig
van geestverruimende middelen en als geschiedenisleraar geïnteresseerd
in het verleden.
Hans
neemt een druppel van de drug en beleeft de tijd vijf eeuwen eerder.
De ruïne blijkt een herberg te zijn. Juist die avond overnacht
Boabdil in de herberg, samen met zijn dode vrouw, Morayma. Boabdil
was de laatste sultan van Granada. In 1492 moest hij noodgedwongen
zijn emiraat overgeven aan Isabelle en Ferdinand, de Katholieke
Koningen. Hans raakt gefascineerd door de man, maar vooral door
zijn dode vrouw, die even haar ogen opent en in niets op Helen
lijkt.
Tijdens
het vervolg van hun vakantie neemt Hans steeds vaker tripjes naar
het verleden. Hij ontmoet Boabdil en Morayma als verliefde jonge
mensen, Boabdil als gefrustreerd krijgsheer en Morayma als diepbedroefde
moeder. Ondertussen weet Helen van niets en haar relatie met Hans
komt onder grote druk te staan, vooral als de discussie rond Helens
kinderwens oplaait. Hans wil geen kinderen, en als blijkt dat
Helen met de pil gestopt is zorgt hij er wel voor dat ze niet
zwanger zal raken. Tot hij op een nacht, zozeer in de ban is van
Morayma, dat hij beide vrouwen met elkaar verward.
Het
verhaal gaat over de herhaling van de geschiedenis, wat toen was
is nu niet anders, en dan vooral gerelateerd naar kinderen. De
rol van het kind zijn, het krijgen van een kind en het worden
en zijn van een ouder.
Schimmen
in de Vallei: Dit
verhaal schreef ik in het Engels, Shades in the Valley,
naar aanleiding vaneen
waargebeurde geschiedenis.
Carriërevrouw,
Nicolette is eind dertig als zij met haar veel oudere echtgenoot
Tim, besluit tot het adopteren van een tweeling. Ze komen op een
adoptie wachtlijst voor een tweeling uit Guatemala. Jaren later,
Nicolette is al in de veertig, en Tim bijna zestig krijgen ze
bericht: er is een tweeling geboren, die aan hun zal worden afgestaan.
Ze kunnen de kinderen in het najaar gaan ophalen. Euforisch besluiten
het echtpaar in Zuid-Spanje te gaan wonen, zodat de tweeling Spaanstalig
op kan groeien.
Frank
is een zonderlinge Engelsman, die leeft als kluizenaar in de natuur,
in een prachtige vallei in Andalusië. Hij helpt Nicolette
en Tim bij het zoeken naar een huis in een dorp. Met zijn charme
raakt hij een gevoelige snaar bij Nicolette. Ze wordt verliefd
en neemt een impulsief besluit. Ze verlaat Tim en daarmee haar
in aantocht zijnde tweeling. Als de euforie over haar verliefdheid
taant beseft ze wat ze heeft opgegeven. Zeker als ze ontdekt wat
voor een man Frank eigenlijk is.
Momenteel
schrijf ik een familiegeschiedenis, eveneens naar aanleiding van
feiten. Het wordt een natuurlijke mix van feiten en fictie.
Mijn
nieuwe boek gaat zich weer afspelen in een bergdorp
in de Sierra Nevada. Twee Nederlandse vrouwen ontmoeten elkaar
in de B&B van Mari Gold. Camilla is burnout en gaat een tijdje
helpen bij haar engelse oudtante, Mari Gold. Alma is op zoek naar
haar Spaanse halfbroer. Haar vader blijkt kort na de oorlog een
zoon verwekt te hebben bij een Spaanse schone. Alma vindt hem
in het bergdorp. Ze logeert in de B&B van Mari Gold en raakt
bevriend met Camilla. Samen ontdekken ze steeds meer intriges
tussen de zonderlinge dorpsbewoners. Als tante Mari komt te overlijden
zetten Camilla en Alma de B&B samen voort.