In
2008 begon ik met het schrijven van de familiegeschiedenis van Treeske. Zij is een
vriendin van mijn moeder en heeft een woelig leven achter de rug.
Ze las enkele van mijn verhalen en vroeg me haar te helpen haar levensverhaal op papier te zetten. Ik zei ja zonder echt te weten
waar ik aan begon.
Druppelsgewijs
kreeg ik antwoord op mijn vele vragen en zij diste pittige verhalen
op met dramatische details over het leven van haar ouders, haar
halfbroer en biologische broer en zijn dochter. Over haarzelf
hoorde ik aanvankelijk nog vrij weinig.
Naarstig zocht ik naar de vorm. Hoe zou ik dit familieverhaal
moeten gaan vertellen? Ik schreef geforceerde opzetjes, die allemaal
niet werkten maar me wel verder brachten in het schrijfproces.
Begin
oktober 2008 ontmoette ik haar de eerste keer, nadat we al ruim drie
maanden intensief hadden gemaild. Ik vroeg haar toen: 'Waar sta jij
in deze familie waarin zoveel geschiedenissen zich lijken te herhalen?'
Ze dacht even na en zei fijnzinnig: 'Misschien is dat mijn
verhaal. Ik ben uit de gesloten cirkel van de zich herhalende
patronen gestapt.'
De gouden engel is een intrigerend verhaal over accepteren en vergeven.
Treeske is tien jaar als haar moeder, Hedy, in het laatste oorlogsjaar sterft. Twaalf jaar daarvoor schaakte haar vader haar moeder, die een ongelukkig eerste huwelijk had. Weloverwogen ging zij met Joop haar grote liefde mee, maar ze moest haar zoontje, Maxli, achterlaten. Na de oorlog en de dood van Hedy hertrouwt Treeskes vader. De nieuwe moeder is niet in staat tot een gezonde relatie met haar stiefdochter.
Treeske weet zich te ontworstelen aan het verdriet, de een-zaamheid en vernedering van haar jeugd. Als haar leven in een rustiger vaarwater lijkt te komen, neemt Treeskes biologische broer, Dirk, een beslissing die hen beiden voor goed uit elkaar drijft. Treeske kiest voor zijn dochter, haar nichtje, dat door haar ouders bewust uit het nest werd geduwd.
Globale indeling verhaal:
Deze familiegeschiedenis begint met het hoofdstuk ‘De gouden engel’.
Deel I vertelt het verhaal van Joop en Hedy, Treeskes ouders, tot haar moeder in het laatste oorlogsjaar sterft.
In deel II vertelt Treeske tijdens de jaren '80 en '90, in gesprekken met haar dierbaren, over haar tienertijd.
Deel III begint bij Treeskes huwelijk in 1958 en wordt afgesloten met het hoofdstuk, Word wie je bent.
Het eerste hoofdstuk, 'De gouden engel' en het laatste hoofdstuk ‘Gouden engel’ kan gezien worden als de lijst om het verhaal en gaat over Hester. Hester, Treeskes nichtje, de dochter van haar broer is een rode draad in dit verhaal.
Fragment:
Treeske zat op haar slaapkamertje en rook de geur van verbrand papier. Ze liep de huiskamer in, waar haar stiefmoeder naast de kachel zat. Zeer doelbewust met een haast satanisch genoegen schoof ze de tekeningen van Treeskes moeder in het vuur. Steeds wachtte ze even, tot de rode gloed bijna was gedoofd en de tekeningen verkoold opkrulden tot dunne flinters. Dan greep ze een nieuw stapeltje tekeningen, houtskoolschetsen, ontwerpen van meubels, zelfs haar olieverfschilderijen, alles en alles, smeet ze in het vuur.
'Wat doe je?' vroeg Treeske, naar adem happend.
'Opruimen, hier heeft niemand meer wat aan.'
'Maar die zijn van mij, van ons?'
'Wie zegt dat?'
Doodstil bleef Treeske staan, innerlijk verscheurd, trillend van woede, niet in staat een woord uit te brengen door dit grote onrecht.
Heeft
u ook een levensverhaal dat u graag zou willen opschrijven voor
u (klein)kinderen? Maar u
weet niet waar en hoe te beginnen? U zit er te dicht op en heeft
andermans ogen nodig om afstand te nemen te nemen van uw eigen
leven? U zou er wel eens met iemand van gedachten over
willen wisselen?
Stuur mij een email.