Soms ontrolt er spontaan een gedicht aan mijn pen.
Dood
van een kleine zelfstandige
Moloch met dode ogen.
Reclameklauwen
bouwen
samen de baleinen
van volgend echelon.
Lonkt vlindernet
flinterdun de kleuren
die Prikkebeen verstrikt.
Koopwoede
achter zoevende
deuren. Airco, bliepbliep,
muzak. In zijn rugzak,
zwaarbeladen jodelt Lidl de volle riedel.
"Wees
geen dief van eigen portemonnaie,
grijp de grootste koopjes mee."
Onder
zon doorstoofd stof
blikjes vis, potten
olijven, gedroogde vijgen.
Koffie, kaas en kippen
eieren. En fijne heupslips.
Lilliputter,
winkel in mijn kleine
straat. Sociale halte van vertrouwen.
Klop op schouder ruim na sluitingstijd.
Waar
het échte [over]leven is.
Maar Moloch handiger is.
en Lilliputter de kleine zelfstandige is.