Schrijf.Maks

biografie boeken verhalen familiegeschiedenis

columns gedichten inspiratie citaten links

Regelmatig plaats ik hier één van mijn korte verhalen:

The Bone People

De dag dat ik op mijn versleten Palladio's Okarito binnen strompelde werd ik 25, het was 6 januari 1984. Na maanden rondzwerven was eenzaamheid mijn reisgezel geworden en wist ik niet meer wie of wat ik was.
Okarito ligt aan de westkust, halverwege het Zuid-Eiland in Nieuw-Zeeland. 'Ooit een goudzoekers eldorado en aantrekkelijk om de rijke flora en fauna rond de lagune,' las ik in mijn 'Lonely Planet'. Dat zou allemaal wel, er was ook een jeugdherberg, de enige in de wijde omtrek, en die moest ik hebben. Door geldgebrek gedwongen sliep ik om de nacht buiten in de natuur, waar regen en zandvlooien mijn vijanden waren.
Hevig verlangend naar een warme douche en een zacht bed sjokte ik door een tien kilometer lange tunnel. Aanvankelijk onder het filterend bladerdak van boomvarens, later veranderden de muren in lage grillige boomstammetjes overdekt met grauwe korstmossen. Zij waren de aankondiging van de naderende lagune.
Licht gloorde tussen de stammen, zilte zeelucht waaide in mijn gezicht. Ik hoorde water klotsen tussen de rotsen en vogels krijsen. Opeens stond ik oog in oog met de ruimte. Het goudgele strand verdween in het jadegroene water waarin witte reigers stonden te fourageren; de besneeuwde toppen van Franz Josef Glacier rezen daarachter uit zee. Ik hield mijn adem in, leven stroomde in me terug.
Links van mij lag Okarito, ik verwachtte geen gouden kranen in een luxe hotel, maar het zestal houten barakken stelde mij, op zijn minst, teleur.
De jeugdherberg, een houten hok van drie bij zes meter, stond wat terzijde. Ik duwde de hordeur open en ontwaarde in het halfduister drie stapelbedden. In het midden stond een houten tafel, bezaaid met lege bierflesjes, een volle asbak, een slordig opengescheurde rol biskwietjes, een zaklantaarn en een platgedrukte tube tandpasta. Een been bungelde uit een bed; een slaperig, ongeschoren hoofd gluurde naar mij uit een ander bed.
'You're lucky,' zei het hoofd met een beweging naar het laatste vrije bed. Onelegant hees ik mezelf met de loodzware rugzak naar boven.
'Great place, here,' vertelde het hoofd, gapend. Ze bleken er al dagen te bivakkeren, 's nachts party'en op de beach en overdag pitten.
'I'm Nick, American.' Die daar was Sören from Denmark, met zijn voet wees hij naar het andere bed. Günther, deed boodschappen op de motor, en er waren nog twee Australische meisjes.
'And you are?'
'Dutch. Is there a hot shower?'
'Outside and only cold.' Ik slikte.
'Shop?'
'No shop.' Geen eten dus, hoe onvoorbereid. Na maanden reizen was me dit nog niet overkomen.
Net toen ik indommelde, knalde de hordeur dicht. Jill en Sue kwamen binnen, enthousiast toonden ze een zak kokkels aan de jongens. Ik had ze zien staan tussen de reigers in het avondlicht, gebukt, met hun handen over de zanderige bodem harkend. Die zoeken goud, had ik nog naïef gedacht.
Jill riep, 'Come on boys, aan het werk. Driftwood zoeken voor het vuur.
'We hebben een nieuwe gast,' zei Nick, 'Dutch, she didn't even say her name.' Ik schrompelde in elkaar. Later zou ik het goed maken met de fles wijn in mijn rugzak, gekocht om mijn eenzame verjaardag te vieren.
Günther kwam binnen met de boodschappen. Hij zwierf al zeven jaar over de wereld. Ik hield mij slapende en liet het geredder beneden mij aan de anderen over. Toen trok Jill me naar beneden.
'Nonsens, niks té moe. Vanavond is het feest, ik ben jarig en iedereen is uitgenodigd.'
'What, you too?' liet ik me ontvallen en het hek was van de dam. Twee jarigen was pas echt een reden tot feest.

In het schemerende licht was het groene water zilver geworden. Met laagtij waren de zandvlooien dubbel aktief in het vochtige zand en we sloegen onszelf masochistisch op armen en benen.
In het donker, met het zuiderkruis beschermend boven ons hoofd, laaide het vuur hoog op. Nick tokkelde op zijn gitaar, Sue zong met lage stem, Günther sleepte met hout en Sören draaide een nieuwe joint.
'Keri moet nog komen,' zei Jill.
'Keri? Wie is Keri,' vroeg ik.
'Een schrijfster, ze woont in een zelfgebouwde toren aan de andere kant van de lagune.'
Op dat moment maakte een stoer type vrouw zich los van het duister om haar heen, op de hielen gevolgd door een blond jongetje van een jaar of tien, die onmiddellijk ging boksen met Günther. Zij zonk in kleermakerszit naast Jill en stalde drie flessen wijn om zich heen. Zij was duidelijk een stamgast hier op het strand.
Gefascineerd, bestudeerde ik haar Maori-trekken. Ze ging blootsvoets, droeg een vale spijkerbroek en een witte zijden blouse, om haar nek en aan haar tien vingers droeg ze gekleurde stenen: jade, opaal, lapis lazuli en topaas. Een bos donker haar omzoomde haar ietwat pokdalige gelaat, dat warm oplichtte in de gloed van het vuur.
Terwijl iedereen danste en zong keken Keri en ik toe. We glimlachten naar elkaar en hieven ons glas. Ze zei iets tegen me, wat ik niet verstond. Ze glimlachte opnieuw en schoof me tactvol in de kring. Even later praatte en lachte ik net zo hard als de anderen. Eenzaamheid had me verlaten, zoals de zee het strand bij eb.
We zongen, de sterren verplaatsten zich boven ons hoofd. We dronken, het water steeg. We dansten, het vuur doofde en we staarden in de gloed. De ochtend gloorde en joeg de nacht terug in zijn schaduw. Met de armen om elkaar heengeslagen verlieten wij het strand en vonden ons bed.

's Middags ontwaakte ik in het stapelbed, de anderen lagen nog in katzwijm. Stilletjes, zonder de deur te laten klappen, verliet ik de herberg en dwaalde langs de, met driftwood bezaaide, vloedlijn. Bij toeval stuitte ik op de toren, een zonderling gebouw in een tuin vol kruiden, ik zag een veld gele paardenbloemen en tal van bijzondere struiken. Keri zag ik nergens, maar ik meende het zonderlinge jongetje voorbij te zien sluipen.

In februari was ik weer thuis. Iemand gaf me de bestseller, 'the Bone People' van Keri Holmes. 'Hier, nog voor je verjaardag.' Ik las het en was helemaal terug op het strand van Okarito. Goud vond ik er niet, maar ik vond er mezelf terug en vierde er mijn mooiste verjaardag.

© Marjet Maks

bijgewerkt kerst 2008

Schrijfmaks bezoek